Posts tonen met het label kater. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kater. Alle posts tonen

woensdag 16 maart 2011

Dag Karel


Vanochtend vond ik een spoor van zwarte veertjes onder de hortensia's, een plekje waar Karel graag rondscharrelde. Nu weet je die dingen nooit helemaal zeker, dus liep ik de hele dag telkens weer naar het raam, maar wie er kwam, geen Karel. Toen 's avonds ook zijn stukje appel onaangeroerd op het geheime plekje onder de struik lag, kon ik er niet meer omheen: die veertjes waren toch echt van Karel. Hij is er niet meer.
Het is tijd om afscheid van hem te nemen.

In het boekje 'Dat is heel wat voor een kat, vind je niet?' verzint het baasje van een overleden kat tien fijne dingen van die kat. Om nog even heel goed aan hem te denken. Dat doe ik ook. Daar komen ze: tien dingen waar Karel goed in was.

Hij was niet bang voor een beetje sneeuw





Hij kon heel lief kijken







Hij kon woest aan een appel sjorren







Hij kon heel goed een bad nemen in de vijver (in het ondiepe stuk dan)








Hij kon heel knap schommelen








Hij kon prachtig zingen








Hij kon goed zijn evenwicht bewaren op de paal van de schutting








Hij kon goed opschieten met andere vogels
(behalve met andere merels dan)

Hij was dapper; hij durfde heel dicht bij ons huis te komen










En wat ik het fijnste vond: hij maakte mij altijd vrolijk met zijn gezellige gerommel in de tuin







Dat is heel wat voor een merel, vind je niet?




.

maandag 6 september 2010

Gevecht

Zonet klonken er vreselijke oorlogskreten op vanuit de achtertuin. Er lagen duidelijk twee katten met elkaar in de clinch en het gekrijs en gejammer was niet van de lucht. Ik vloog op en rende naar het balkon om de zaak zelf te kunnen bekijken. Ik ben altijd bang dat Roos vermoord wordt.


Net op tijd. De Rooie van de hoek was onze tuin binnengedrongen en Roos en hij zaten als tijgers tegenover elkaar. Ik vond Roos wel stoer. Natuurlijk hoorde die Rooie mij op het balkon en meteen keek hij betrapt naar boven.
Het gekrijs ging nog even door. Geen van beide verzette een poot, ze bliezen niet eens naar elkaar. Er was alleen dit angstaanjagende oorlogsgehuil.

Plotseling stopte het. Allebei keken ze een beetje ongemakkelijk om zich heen alsof ze geen van tweeën meer wisten wat ze daar nou eigenlijk aan het doen waren. Ik verwachtte bijna dat ze met een kort knikje uit elkaar zouden gaan. Zand erover, wat een gezeur ook. Maar dat was niet zo. Wat denk jij? Wie gaat dit gevecht winnen? 

Uuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuh....



                                                         Roos!! Watje! 







dinsdag 31 augustus 2010

Lobo en Roos



Vandaag hebben we bezoek van Lobo. Lobo is de hond van mijn zoon Daniël.
Hij is helemaal wit, behalve zijn ogen, daar heeft de natuur zelf mascara op gesmeerd. Mooi hè?
Jammer genoeg kunnen Lobo en Roos niet in één ruimte samen zijn. Wat er dan zou gebeuren? We hebben het nooit uitgeprobeerd, maar als ik Lobo’s opgetrokken lip zie en zijn gegrom hoor, weet ik genoeg.

Soms smst Daniël van tevoren dat hij eraan komt, zodat ik Roos in veiligheid kan brengen op mijn slaapkamer, met etensbakjes en al.
Maar soms staan de jongens zomaar voor de deur. Dan moeten we verstoppertje spelen, want het is onmogelijk om met Roos op de arm langs Lobo te komen. Niet dat Lobo Roos dan meteen in kleine stukjes bijt, zo gevaarlijk is hij nou ook weer niet, maar Roos zou wel een hartverlamming krijgen van schrik.

Tegenwoordig hebben we het volgende aanvalsplan: Daniël en Lobo sluiten zich direct na binnenkomst op in de wc. Deur op slot! Daarna ga ik Roos zoeken: in de prullenbak, onder de bank of tussen de planten achter de vijver. Ik neem hem op de arm en breng hem naar boven. Inmiddels begrijpt hij dan al hoe laat het is en klauwt zich – au, au – aan mij vast. Zodra Roos veilig en wel op mijn bed ligt, slaapkamerdeur goed dicht (!) mogen Daniël en Lobo tevoorschijn komen.

Als Daniël en Lobo blijven slapen, treedt er een nieuw plan in werking. Eerst gaan zij naar boven, naar Daniëls kamer. De deur ... precies! ... goed op slot. Daarna bevrijd ik Roos uit de slaapkamer. Roos ruikt natuurlijk dat Lobo nog in huis is en klampt zich weer – au, au - aan mij vast. Echt, je kunt aan de krassen op mijn armen zien dat Lobo weer geweest is. Pas als we samen het hele huis hebben geïnspecteerd en Roos zeker weet dat Lobo zich nergens verdekt heeft opgesteld, is hij bereid mijn armen te verlaten.
Pfff… Soms voel ik me als de man die een wolf, een geit en een kool naar de overkant van de rivier moet brengen.

donderdag 19 augustus 2010

Dapper


Vanmorgen zat Roos op het stoepje voor de keuken, toen hij werd belaagd door de Vreselijk Gemene Kater van de buren. Met zijn oren plat in zijn nek blies hij zo hard dat ik het zelfs door de keukendeur heen kon horen. Daar stond ik namelijk achter en ik keek om zo te zeggen over zijn schouder mee naar wat er gebeurde. Eerst niet zo gek veel. De Vreselijk Gemene Kater is jammer genoeg nooit erg onder de indruk van Roos. Hij weet dat Roos diep in zijn hart maar een bang poesje is. Dus bleef hij brutaal zitten kijken, verveeld bijna zo van: ‘Hallo, is dit alles of komt er nog wat?’
Tot hij mij in de gaten kreeg. Als ik eenmaal de tuin in kom is hij nog niet jarig, dat weet hij. Wij voeren een stille oorlog. De Vreselijk Gemene Kater heeft de gewoonte overal in mijn tuin kleine plasjes te doen. Tegen de keukendeur, tegen de afvalbak en, erger nog, tegen mijn fiets. Echt waar, als hij weer eens bezig is geweest, trek ik een heel geurspoor door Amsterdam. Iedereen springt voor mij opzij. En dan hebben we het nog niet eens over die kikker die hij gepakt heeft. Ja, hij ook al! Ik heb het niet zelf gezien - gelukkig voor hem - ik hoorde het van een buurvrouw. Nou ja, je begrijpt het al De VGK en ik zijn niet de allerbeste vrienden.
Zodra hij mij vanmorgen in het oog kreeg, daar achter die glazen deur, zette hij al een voorzichtig pootje naar achteren. Ik hoefde mijn ogen maar tot spleetjes te knijpen om hem verder terug te doen deinzen. Toen ik ook nog eens wild met mijn armen begon te maaien, droop hij helemaal af. Langzaam, waardig, alsof hij dat eigenlijk al lang van plan was, maar toch.
Intussen dacht Roos dat hij geweldig veel succes had, dat het hem vandaag zowaar gelukt was de VGK weg te blazen! Hij had de dag van zijn leven. Je had hem moeten zien lopen later: soepel pasje, losjes in de heupen, zijn kontje wiebelend van trots.