Posts tonen met het label Amsterdam. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Amsterdam. Alle posts tonen

woensdag 15 december 2010

Frettenpoep van Charley


Ik had het al over de woelratjes onder mijn huis. Wat ik er niet bij verteld heb  – om niemand ongerust te maken – is dat Amsterdam vergeven is van de woelratjes. Dat zei de meneer van de tuinwinkel, die ene, die er verstand van had. Ik fiets nu dus heel oplettend rond en ik zou iedereen dat aanraden, want iedere loszittende tegel kan zomaar wegzinken naar de diepste diepte. Zo fiets je boven de grond en zo eronder, wil ik maar zeggen.

De paal in de grond en de fluitende flessen hebben nog niet erg geholpen. De woelratjes zijn er nog steeds. Vorige week zag ik iets heel kleins door mijn tuin schieten en er is nóg een aanwijzing: een nieuwe gang! Nog in aanbouw, maar toch. Opnieuw zochten we het internet af en lazen over een ander, héél goed middel: frettenpoep. Dat leg je in de gangen en dan denken die woelratjes dat het daar niet pluis is. Slim hè?

Charley in de armen van Daniël
Maar hoe komt een stadsbewoner aan frettenpoep? Hoe de anderen dat denken op te lossen weet ik niet, maar ik heb geluk. Ik heb Daniël en die loopt stage op kinderboerderij Bijlmerweide. En daar – je raadt het al – hebben ze een fret. Hij heet Charley en hij kan poepen als de beste.


huisje van Charley
 Als Amsterdam echt zó vergeven is van de woelratjes als de meneer van de tuinwinkel denkt, kunnen ze daar bij de Bijlmerweide binnenkort wel een winkeltje openen. Voorlopig kreeg ik als eerste een zakje uitgereikt!

Blij fietste ik naar huis. Eerst keek ik goed om me heen of er nergens woelratjes zaten toe te kijken, want die zouden zich dan natuurlijk meteen liggen te bescheuren. Poep uit een zakje! Lekker nep, zeg. Daar trappen wij niet in.

Ik deed het dus stiekem en snel. Het ziet er zo uit en het stinkt behoorlijk. Nu maar hopen dat het ook helpt. Wat denken jullie?






.




.

donderdag 19 augustus 2010

Dapper


Vanmorgen zat Roos op het stoepje voor de keuken, toen hij werd belaagd door de Vreselijk Gemene Kater van de buren. Met zijn oren plat in zijn nek blies hij zo hard dat ik het zelfs door de keukendeur heen kon horen. Daar stond ik namelijk achter en ik keek om zo te zeggen over zijn schouder mee naar wat er gebeurde. Eerst niet zo gek veel. De Vreselijk Gemene Kater is jammer genoeg nooit erg onder de indruk van Roos. Hij weet dat Roos diep in zijn hart maar een bang poesje is. Dus bleef hij brutaal zitten kijken, verveeld bijna zo van: ‘Hallo, is dit alles of komt er nog wat?’
Tot hij mij in de gaten kreeg. Als ik eenmaal de tuin in kom is hij nog niet jarig, dat weet hij. Wij voeren een stille oorlog. De Vreselijk Gemene Kater heeft de gewoonte overal in mijn tuin kleine plasjes te doen. Tegen de keukendeur, tegen de afvalbak en, erger nog, tegen mijn fiets. Echt waar, als hij weer eens bezig is geweest, trek ik een heel geurspoor door Amsterdam. Iedereen springt voor mij opzij. En dan hebben we het nog niet eens over die kikker die hij gepakt heeft. Ja, hij ook al! Ik heb het niet zelf gezien - gelukkig voor hem - ik hoorde het van een buurvrouw. Nou ja, je begrijpt het al De VGK en ik zijn niet de allerbeste vrienden.
Zodra hij mij vanmorgen in het oog kreeg, daar achter die glazen deur, zette hij al een voorzichtig pootje naar achteren. Ik hoefde mijn ogen maar tot spleetjes te knijpen om hem verder terug te doen deinzen. Toen ik ook nog eens wild met mijn armen begon te maaien, droop hij helemaal af. Langzaam, waardig, alsof hij dat eigenlijk al lang van plan was, maar toch.
Intussen dacht Roos dat hij geweldig veel succes had, dat het hem vandaag zowaar gelukt was de VGK weg te blazen! Hij had de dag van zijn leven. Je had hem moeten zien lopen later: soepel pasje, losjes in de heupen, zijn kontje wiebelend van trots.