In deze blog beschrijf ik alles wat er gebeurt met de dieren in, om en onder mijn huis, zodat iedereen kan meegenieten van het wonderlijke leven van mijn poes Rosa Monica, van de kikkers in mijn vijver, mijn merel Karel en zo nog een paar bijzondere gasten.
zondag 13 maart 2011
Koningsdrama in de tuin
In de afgelopen dagen is Karels pootje niet erg bijgetrokken. Integendeel. Ik zie hem niet meer lekker rond schooieren. Hij krijgt steeds meer moeite om vooruit te komen en opvliegen gaat niet meer zo snel. Zijn rechtervleugel en zijn staart laat hij regelmatig hangen en sinds donderdag zit hij vaak hele uren stilletjes bij mij in de tuin. Gewoon met zijn buikje op de aarde als een broedse kip op de eieren.
Gisteren zag ik opeens een andere merel in de tuin. Kijk nou toch! Als dat geen zoon van Karel is, vreet ik mijn hoed op.Volgens Daniël kun je zien dat het een jonge merel is, omdat zijn verenkleed bij de kop en de buik nog bruin is. Natuurlijk is de familie van Karel van harte welkom, maar ik vertrouwde het niet erg.
Niet voor niets, zo bleek al gauw. Want deze kwieke jongen begon aan Karels appeltje. Dat heeft Karel nog nooit goed gevonden, dacht ik. Mijn tuin behoort tot zijn territorium en als merels ergens fanatiek in zijn... Karel had tenminste de gewoonte iedere soortgenoot er zonder pardon uit te bonjouren.
Hij deed zijn best. Volgens mij roept hij hier: 'Opzouten!'
Maar het hielp niet echt. De zoon is sterker dan de vader...
Ik zal het maar eerlijk bekennen. Het liefst zou ik Karel uit de tuin halen en vorstelijk verzorgen. In een mooie doos op mijn balkon bijvoorbeeld. Maar de mensen die er verstand van hebben, zeggen dat dat een typische mensengedachte is. Dieren schijnen dat helemaal niet zo nodig te vinden. Die leggen zich neer bij wat er gebeurt. Zo is het leven, denken ze. Het komt zoals het komt. Knap hè?
.
Labels:
broedsel,
familie,
koningsdrama,
leucistisch,
poot,
rechtervleugel,
schooieren,
soortgenoot,
territorium,
verenkleed
woensdag 9 maart 2011
Karel hinkepoot
Ik zag het meteen toen hij de tuin in kwam: Karel hompelde en strompelde. Ik bleef hem een tijdje volgen om te zien of ik me soms vergiste, maar nee hoor, er was echt iets mis. Telkens weer pikte hij naar zijn rechterpoot alsof iets aan die poot hem dwars zat. Of hij trok hem stomweg in.
Was het een blessure? Of gewoon de ouderdom? Ik ging op onderzoek uit. Volgens Wikipedia kan een merel maar vijf jaar worden. Dat leek me sterk, want ik ken Karel persoonlijk al bijna acht jaar.
Natuurpunt bleek guller en kwam met veertien jaar. Dat klonk mij een stuk gezelliger in de oren. Jammer genoeg weet ik alleen niet hoe oud hij was, toen ik hem voor het eerst zag. Ik weet niet eens wanneer hij jarig is!
Natuurlijk ging ik spoorslags de tuin in om allerlei lekkers voor hem klaar te leggen: zijn halve appeltje, een verkruimeld koekje. Een patiënt moet je goed verzorgen tenslotte.
Toen ik even later op het balkon stond, zag ik Karel argeloos van zijn appel snoepen, terwijl Roos op anderhalve meter daarvandaan - buik tegen de grond, woest slingerende staart - klaar zat voor de Grote Sprong.
Ik maakte een geweldige hoop herrie, waar ze allebei nogal van opkeken. Maar denk vooral niet dat Karel wegvloog. Die laat zich niet zomaar van de dood redden.
Ik rende de trap af, verzwikte zelf bijna mijn enkel en stormde de tuin in. Karel fladderde op met duidelijke tegenzin.
'Sukkel, wil je dood of zo?' riep ik.
Vanuit de boom liet hij weten dat hij het allemaal zwaar overdreven vond.
Daar zit wat in. Roos had immers alle tijd gehad om zijn Grote Sprong te maken. Al dat stoere gedoe met die buik en die staart was pure bluf. Hij is veel te bang om mis te springen en dan keihard uitgelachen te worden door alle vogels in nabije bomen en dakgoten.
En Karel? Die weet dat wel, zo langzamerhand.
.
woensdag 9 februari 2011
Grrr, de huismus
Twee weken geleden was het weer tijd voor de nationale vogeltelling. Ik zag het te laat. De bedoeling is dat je een half uur voor je raam gaat zitten en alle vogels opschrijft die in je tuin neerstrijken. Gelukkig kon ik nu wel meteen bekijken welke scores er genoteerd waren in mijn postcodegebied. Nieuwsgierig zocht ik het op.
Nou ja! Sommige mensen spelen echt vals. De huismus heeft het tot een derde plaats geschopt! Geloof het of niet, maar in de bijna acht jaar dat ik hier woon heb ik nog NOOIT een huismus in mijn tuin gezien. En dan zouden er 1119 in mijn straat, in mijn eigen binnentuin rondvliegen?
Zien mensen het verschil tussen de vink en de mus soms niet? De vink staat namelijk belachelijk laag, terwijl er om de haverklap één in mijn tuin zit. Een mannetje. Een echte macho. Toen er pinda's in mijn tuin hingen, verscheen hij opeens met drie vrouwtjes aan zijn zij in mijn boom. Drie! 'Hee wijfies, zin in een lekker happie?'
Mijn eigen telling werd in de war geschopt door Karel, die de merels aan een hoge notering probeerde te helpen door zes keer binnen te vliegen. Incognito. Hij toonde mij listig alleen zijn zwarte kant in de hoop op een andere merel te lijken. Alsof ik hem niet meteen herken aan de hebberige manier waarop hij tussen de appelschilletjes rommelt.
Maar dat lijstje van mijn buurtgenoten klopt van geen kant. Het roodborstje komt er niet eens op voor! Hallo zeg, je moet wel half blind zijn als je haar mist. Kijk haar nou staan, de snoes. Met haar verongelijkte koppie, omdat ze overgeslagen is.
Toch betrap ik mezelf op een zacht grommen, elke keer dat ik uit het raam kijk. Grrr, de huismus, 1119, pfff. Hij zal toch niet toevallig alleen mijn tuin voorbij vliegen?
.
Labels:
binnentuin,
huismus,
macho,
nationale vogeltelling,
postcodegebied,
roodborstje,
vinkjes
Abonneren op:
Posts (Atom)
